Persoonlijke factoren & bedrijfsbeeindiging

•

Als ondernemers de deuren sluiten: Waarom stoppen ondernemers en welke weg kiezen ze om te stoppen?

Van inschrijving bij de Kamer van Koophandel, tot ondernemerschap

Een succesvolle ondernemer moet van vele markten thuis zijn, zoals klanten werven, juridische en fiscale verplichtingen begrijpen, en de financiële gezondheid van de onderneming bewaken. Als een ware jongleur houdt hij of zij continu verschillende ballen in de lucht

Een ondernemer die start, weet nog niet precies of hij al deze ondernemers competenties voldoende in huis heeft. Daarnaast ontdekt een starter pas tijdens het ondernemers welke competenties er nodig zijn; er is geen proefperiode. Met name het belang van financieel inzicht en commerciële slagkracht zijn belangrijke competenties voor succes. Wanneer een ondernemer zich realiseert dat bepaalde competenties ontbreken, is bijvoorbeeld training of businesscoaching een optie, maar er zijn ook ondernemers die besluiten dat hun talent elders ligt.

Ook het ontdekken of ondernemen past, of de breedte aan activiteiten die het met zich meebrengt bevalt, en of er plezier aan beleefd wordt, hoort bij deze fase. Zo zien we bijvoorbeeld regelmatig bij zzp-ers dat na een jaar of twee dat de eenzaamheid toeslaat. Het verlangen om onderdeel van een team te zijn, kan uiteindelijk leiden tot het besluit om te stoppen.

Sommigen ondernemers kiezen ervoor niet geheel te stoppen, maar voor hybride ondernemerschap: deels in loondienst, deels zelfstandig. Deze combinatie houdt de motivatie hoog, vermindert de onzekerheid van een wisselend ondernemersinkomen en biedt de voordelen van beide werelden.

Casus
Tako is een echte creatieveling. Hij werkte al jaren als radioredacteur bij diverse omroepen, maar toen hij de kans kreeg om een opdracht aan te nemen als zelfstandige, en hiermee ineens veel meer te verdienen dan in loondienst, greep hij die kans met beide handen aan. Van de ene op de andere dag nam hij ontslag, nam zijn resterende vakantiedagen op, schreef zich in bij de Kamer van Koophandel en begon met zijn opdracht.
Het verwerven van opdrachten bleek echter een stuk moeilijker dan gedacht. Soms was er werk, maar veel vaker niet, of stond de omzet niet in verhouding tot de hoeveelheid werk. Het lukte hem niet goed om zijn netwerk te benutten voor nieuwe opdrachten. Tako realiseerde zich inmiddels dat ondernemen niet zijn ding was. Thuis liepen de spanningen op, zeker na de geboorte van Jelle, en zijn vrouw gaf Tako een ultimatum: “Of je zoekt weer een gewone baan, of je zorgt elke dag voor Jelle en ik ga fulltime werken, of we gaan uit elkaar.”
Tako liet door het een analyse uitvoeren om vast te stellen hoe hij het beste zijn eenmanszaak kon beëindigen. Hieruit bleek dat de totale schuldenlast richting de 50.000 euro liep, voornamelijk door belastinguitstel, inkomstenbelasting (IB), en niet-nagekomen fiscale verplichtingen na de uitstelregeling. Dit was een bedrag dat zo groot was dat hij niet wist hoe hij dit thuis moest vertellen. Ook werd vastgesteld dat de onderneming op deze manier geen toekomstperspectief had.
Omdat de schulden ook privéproblemen veroorzaakten en er een onoplosbare restschuld overbleef, werd Tako doorverwezen naar gemeentelijke schuldhulpverlening. Daar werd hij goed geholpen bij het zoeken naar een baan in loondienst en het oplossen van zijn schulden over een periode van 18 maanden.

Impact van privéomstandigheden op ondernemerschap

Gebeurtenissen in de privésfeer kunnen een grote impact hebben op zowel de ondernemer als de onderneming. Dit kan ertoe leiden dat de toekomst van het bedrijf heroverwogen moet worden. Wanneer een naaste intensieve (mantel)zorg nodig heeft, bijvoorbeeld, blijft er vaak minder tijd en energie over voor het runnen van de onderneming. Dit noemen wij ondernemersruimte: de tijd en ruimte die een ondernemer heeft om te ondernemen. Een tekort aan ondernemersruimte heeft op termijn vaak nadelige gevolgen voor de onderneming.

Ook de ondernemer zelf kan geconfronteerd worden met ziekte. Bij kleinere bedrijven is de ondernemer vaak onvervangbaar. En als vervanging wel mogelijk is, zijn de bijkomende kosten vaak een flinke uitdaging. Ziekte van de ondernemer leidt ook regelmatig tot een inkomensval in privé, waar slechts in een minderheid van de gevallen een voorziening, of AOV, voor is afgesloten. Langdurige ziekte of arbeidsongeschiktheid is dan ook regelmatig een reden om de onderneming te staken. 

Daarnaast leidt het overlijden van de ondernemer vrijwel altijd tot bedrijfsbeëindiging. Bij een eenmanszaak is dit onvermijdelijk, maar ook bij andere rechtsvormen zien we dat dit vaak het einde van de onderneming betekent. In het mkb is de ondernemer immers de spil van de organisatie, en de gevolgen van zijn of haar overlijden zijn vaak moeilijk op te vangen, zowel door de organisatie als door de familie.

Casus
Meti was de oprichter van een regionaal vervoersbedrijf gespecialiseerd in rouwvervoer. Hij verzorgde het vervoer voor uitvaarten met een rouwauto en drie volgauto’s. Zelf leidde hij het bedrijf en fungeerde als chauffeur van de rouwauto, terwijl de drie volgauto’s meestal werden bestuurd door zijn medewerkers. De medewerkers waren inmiddels niet meer in vaste dienst, maar via een payrollbedrijf aan het bedrijf verbonden.
Toen bij Meti kanker werd vastgesteld en hij langdurige behandeling nodig had, werden zijn (voormalige) medewerkers vaker ingezet voor de chauffeursdiensten. Door het gebrek aan commerciële aandacht van de ondernemer zelf, begonnen de opdrachten langzaam terug te lopen, en ontstonden er forse administratieve en organisatorische achterstanden binnen het bedrijf. Alle aandacht ging immers uit naar Meti’s gezondheid.
Na enkele maanden ziekbed bleek de behandeling helaas niet aan te slaan en overleed Meti. Zonder zijn aansturing kwam het bedrijf stil te liggen. De rouwende familie was niet in staat de onderneming voort te zetten, ondanks dat enkele familieleden al regelmatig hand en spandiensten deden en (op papier) medebestuurder waren. Kort na zijn overlijden nam Meti’s partner contact op voor ondersteuning bij het vaststellen van de feitelijke situatie en het vaststellen hoe de onderneming het beste afgerond kon worden.

Levensgebeurtenissen dwingen tot heroverweging

Het is duidelijk dat privégebeurtenissen de toekomstplannen van ondernemers kunnen beïnvloeden. Dit geldt ook voor belangrijke privékeuzes die door ondernemers gemaakt worden. Ondernemers die overwegen te emigreren staan voor de keuze: doorgaan vanuit het buitenland, met alle complexiteit die daarbij komt kijken, of staken. Hetzelfde geldt voor ondernemers die een langere reis of sabbatical willen maken, waarbij de afweging tussen pauzeren en staken opdoemt.

Ook leeftijd wordt in onze vergrijzende samenleving steeds vaker een overweging om te stoppen met ondernemen. Bij de keuze om de onderneming te verkopen of te staken, speelt het vinden van bedrijfsopvolging een cruciale rol. Dit blijkt lang niet altijd eenvoudig, waardoor het afbouwen en uiteindelijk staken een realistische optie wordt. Slechts een deel van de ondernemers heeft een adequate oudedagsvoorziening, waardoor velen na de pensioengerechtigde leeftijd en bij uitblijven van opvolging toch nog een tijd doorgaat met de onderneming en het stoppen uitstellen.

Daarnaast kan een echtscheiding leiden tot bedrijfsbeëindiging. Levenspartners hebben vaak jarenlang gezamenlijk tijd en energie in de onderneming gestoken. Na de scheiding wil één van de partners soms de onderneming voortzetten, wat afspraken over uitkoop met zich meebrengt. Vaak is hier dan een financiering nodig en dit blijkt niet altijd haalbaar. In andere gevallen willen beide partners een nieuwe start maken zonder de gezamenlijke onderneming, of blijkt het moeilijk om de onderneming zonder de ander voort te zetten vanwege onderlinge afhankelijkheid. Een scheiding van een ondernemersstel brengt dan ook niet alleen vragen rondom huis, kinderen en andere privézaken met zich mee, maar ook complexe kwesties met betrekking tot (de toekomst van) de onderneming.